Nieuws

Borgerhout zet 'senioristen' in om brug te slaan tussen eenzame senioren en hulpverlening

Het district district Borgerhout lanceerde vandaag een project om samen met buurtvrijwilligers - zogenaamde ‘senioristen’ -  zorgbehoevende of vereenzaamde ouderen op te zoeken en hen te ondersteunen in de zoektocht naar organisaties of instanties die hen kunnen bijstaan.

Eenzame of zorgbehoevende ouderen in Borgerhout ervaren vaak nog drempels om hulp te zoeken bij organisaties of instanties die hen kunnen bijstaan. Hierdoor vinden ze moeilijk aansluiting bij zorgvoorzieningen zoals poetshulp, thuisverpleging, boodschappendienst of vrijetijdsactiviteiten.

Senioristen moeten hier mee een oplossing voor bieden. Het zijn gekende brugfiguren uit verschillende Borgerhoutse wijken die de wijk goed kennen en dicht bij de bewoners staan. Zo kunnen ze een vertrouwensrelatie met hen opbouwen. Dankzij de inzet van deze vrijwilligers wil het district bovendien sneller en meer gericht specifieke noden detecteren bij zorgbehoevende ouderen.

Het project is een samenwerking tussen de socioculturele vereniging Crescendo-S en het district Borgerhout. Crescendo-S staat in voor de opleiding van de vrijwilligers en tekent het kader uit waarbinnen ze opereren. Omdat senioristen geen professionele zorgverleners zijn, is het belangrijk dat de vrijwilligers voldoende ondersteuning en begeleiding krijgen, en met hun vragen of noden bij een aanspreekpunt terecht kunnen.

Districtsschepen voor senioren Ben Van Duppen: “Het Senioristenproject is een zeer interessant project voor ons district. Borgerhout is een superdivers district, en met name voor senioren met een migratieachtergrond is het vaak nog moeilijker om een weg te vinden naar de zorgvoorzieningen waar ze recht op hebben. Dankzij de inzet van deze brugfiguren kunnen we erin slagen senioren te bereiken die tussen de mazen van het net dreigen te vallen, en hebben we een manier om dienstverleners te ondersteunen bij een betere afstemming van hun aanbod. Met dit project kunnen we onze rol als voorloper op het vlak van inclusief beleid volop opnemen.”