Justitie

Celstraffen tot vijf jaar geëist voor invoer van anderhalve ton cocaïne

Het openbaar ministerie heeft vandaag vijf jaar cel en 20.000 euro boete gevorderd voor Sonny V.d.B., die als bestuurder van een straddle carrier betrokken was geweest bij de invoer van anderhalve ton cocaïne via de haven van Antwerpen. Voor Jaouad Z., die hem geronseld zou hebben, werd vier jaar cel en 16.000 euro geëist. 

De naam van Sonny V.d.B. duikt ook op in het grote drugsdossier rond Frank de Tank, een gewezen havenarbeider die door criminele organisaties werd ingehuurd om hun ladingen cocaïne uit containers te halen in de Antwerpse haven. Tijdens zijn verhoor in dat onderzoek bekende Sonny V.d.B. spontaan dat hij in oktober 2016 betrokken was bij een uithaling die volledig los stond van dat dossier. Hij had toen met zijn straddle carrier een Zuid-Amerikaanse container naast een Europese gezet, zodat de partij cocaïne daar snel in kon worden overgeladen. Europese containers worden namelijk minder gecontroleerd. Alleen bleek er veel meer cocaïne in de Zuid-Amerikaanse container te zitten dan verwacht. Hij kwam in tijdnood waardoor hij slechts 600 kilo van de in totaal anderhalve ton kon overladen. 

Contact via Facebook

Sonny V.d.B. verklaarde dat hij via Facebook werd aangesproken door een zekere 'Abdel' die hem geronseld had voor de uithaling. Verder onderzoek leidde naar Jaouad Z., die door Sonny V.d.B. op foto herkend werd. De man zou ook nog andere havenarbeiders hebben aangesproken. Sonny V.d.B. dacht dat ook een dispatcher in de haven bij de uithaling betrokken was, maar dat kon het onderzoek niet aantonen. Bij de man thuis werd wel 42.240 euro cash aangetroffen, geld dat volgens de procureur geen legale oorsprong kan hebben. Hij vorderde daarom voor hem zes maanden cel en 4.000 euro boete wegens witwas. 

De verdediging van Sonny V.d.B. vroeg de rechtbank om hem te 'belonen' voor zijn spontane onthulling van de uithaling en om hem niet of zeer mild te bestraffen. De dispatcher vroeg de vrijspraak: het geld kon namelijk wél een legale oorsprong hebben. Een groot deel had hij in bewaring gekregen van bevriende havenarbeider die later zelfmoord had gepleegd. De advocaten van Jaouad Z. vroegen de rechtbank om een uitstel, in afwachting tot het Grondwettelijk Hof zich over de dataretentiewetgeving heeft uitgesproken. De rechtbank ging daar niet op in. Vonnis op 4 februari.