Gezondheid

Groepsimmuniteit is nog veraf

Amper vijf tot acht procent van de Belgen heeft al antistoffen tegen het nieuwe coronavirus opgebouwd. Daarmee is de groepsimmuniteit nog heel veraf.

Sinds eind april is het aantal mensen met antistoffen nauwelijks gestegen. Dat blijkt vrijdag uit een rapport van Sciensano. Sinds 30 maart onderzoekt Sciensano in samenwerking met het Rode Kruis en le Service du Sang de la Croix-Rouge het gehalte antistoffen tegen het coronavirus in het bloed van Belgische bloeddonoren. Dat geeft een voorzichtige indicatie van de evolutie van de blootstelling van de bevolking aan het virus.

Ondertussen zijn 10.453 stalen onderzocht. Uit de meest recente analyses blijkt dat ongeveer vijf procent van de bloeddonoren detecteerbare antistoffen heeft opgebouwd tegen het coronavirus. Dat aandeel blijft stabiel sinds april 2020.

Ook bij gezondheidswerkers in Belgische ziekenhuizen loopt een studie naar de evolutie van de antistoffen. Daarvoor volgt Sciensano samen met het Instituut voor Tropische Geneeskunde al sinds eind april een groep van 850 gezondheidswerkers op. Uit de resultaten blijkt dat het percentage gezondheidswerkers met antistoffen tegen het virus over de hele periode nauwelijks veranderd is en rond de acht procent schommelt.

Uit de studies valt af te leiden dat de gehoopte groepsimmuniteit nog heel veraf is. De meeste schattingen gaan er namelijk van uit dat pas bij 70 procent het virus op natuurlijke wijze zal uitdoven.

Viroloog Steven Van Gucht benadrukt wel dat immuniteit niet volledig te herleiden is tot de hoeveelheid antistoffen in het bloed. "Ook de t-cellen spelen een rol, maar die meten we meestal niet. En bij wie de antistoffen verdwenen zijn, heeft het afweersysteem wel een geheugen, waarmee het weer sneller kan optreden tegen het virus."

(Bron: Belga)