Nieuws

Omgevingsvergunning voor verbrandingsinstallatie ISVAG

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir heeft vandaag een omgevingsvergunning afgeleverd aan ISVAG voor een nieuwe afvalverbrandingsoven van huishoudelijke afvalstoffen. Die vervangt de bestaande installatie, die plaats maakt voor een nieuw streekeigen bos van ca. 8.000m². Tijdens de behandeling van de aanvraag werden 21 (voorwaardelijk) gunstige adviezen uitgereikt. Enkel het schepencollege van Aartselaar diende een ongunstig advies in. Met de beslissing volgt de minister het gunstige advies van de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie. Belangrijke voorwaarde is wel dat ISVAG zo ecologisch mogelijk moet zijn en jaarlijks moet aantonen dat de capaciteit noodzakelijk is. Indien dit niet het geval is, zal de minister de capaciteit terugschroeven.

Op dit moment wordt jaarlijks nog 367.000 ton Vlaams afval geëxporteerd naar verbrandingsinstallaties of cementovens buiten Vlaanderen. Vlaanderen zet sterk in op afvalpreventie om zo de totale capaciteit af te bouwen, maar focust in eerste instantie inzetten op het beperken van de hoeveelheid afval die geëxporteerd wordt. Onder andere tijdens de strenge coronamaatregelen hebben we gezien dat afhankelijkheid van export ons kwetsbaar maakt. Een mogelijke sluiting van Waalse cementovens zou toen immers gezorgd hebben voor grote afvaloverschotten in Vlaanderen.

De aanvraag van ISVAG bestaat uit één ovenlijn met een capaciteit van 30 ton/uur, 720 ton/dag en 190.000 ton/jaar. Door de beslissing van de minister kan ISVAG haar project in Wilrijk verderzetten. Toch stelt Demir voorwaarden bij de exploitatie van die capaciteit.

“De capaciteit moet ook ingezet kunnen worden voor de verwerking van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval afkomstig van buiten het ISVAG-verwerkingsgebied. Bovendien moet ISVAG jaarlijks aan OVAM rapporteren hoe de verwerkingscapaciteit van haar installatie zich verhoudt tot de prognoses inzake afvalproductie en –verwerking”, stelt Demir.

Wanneer die verhouding buiten proportie is, kan de minister de maximale verbrandingscapaciteit van de installatie ten allen tijde naar beneden bijstellen om overcapaciteit te vermijden. 

Demir legt verder aan ISVAG op om bijkomende aandacht te besteden aan de energie-efficiëntie van de nieuwe installatie door een update van de energiestudie.

“Wanneer de detailengineering van de nieuwe afvalverbrandingsinstallatie van ISVAG bekend is, wordt onderzocht of deze installatie nog steeds de meest energie-efficiënte is die momenteel op de markt is en of er nog bijkomende maatregelen zijn die de efficiëntie kunnen verhogen”, luidt het.

Hierbij worden ook de maatregelen uit de huidige energiestudie opnieuw onderzocht. De update van deze energiestudie moet overigens worden voorgelegd aan het Vlaams Energieagentschap vooraleer de bouw van de nieuwe installatie kan starten.

“De voorbije maanden bleek dat dit dossier erg beladen is. Iedereen heeft er wel een uitdrukkelijke mening over. Maar als minister moet ik oordelen op basis van de inhoud van het dossier en dat zijn maar liefst 21 (voorwaardelijk) gunstige adviezen en slechts 1 ongunstig advies. Door het opleggen een vernieuwde energiestudie, de mogelijkheid om de capaciteit ten allen tijde terug te schroeven én door de realisatie van bijkomend bos en waterbuffering op de site van de bestaande installatie, worden aan ISVAG de juiste voorwaarden opgelegd die deze vergunning verantwoorden om op de meest ecologische manier aan afvalverbranding te doen.”, besluit Demir.